Terug naar de quizgalerij
Vreemde taal Leerjaar 10–12 (15–18 jaar)

Irregular Vebs

Gedeeld door Svitlana Bondarenko 2 dagen geleden 20 V 0 keer overgenomen 1 keer gespeeld 4 leerlingen speelden mee
Meld je gratis aan om deze quiz over te nemen

Voorbeeld van de vragen

Je ziet de eerste 5 van 20 vragen — meld je gratis aan om de hele quiz over te nemen en met je klas te spelen.

1

Choose the correct past tense form of the verb 'go' to complete the sentence: 'Yesterday, she ___ to the market to buy some vegetables.'

A goed
B went
C going
D gone
2

Select the correct past participle to complete the present perfect sentence: 'They have ___ their homework already.'

A doing
B did
C does
D done
3

Complete the sentence with the correct form: 'The child ___ the glass of milk on the floor last night.'

A breaks
B broke
C broken
D breaked
4

Which sentence uses the correct past participle of 'write'?

A She has written three novels.
B She has writing three novels.
C She has wrote three novels.
D She has writed three novels.
5

Choose the correct form of 'swim' to complete the sentence: 'By the time we arrived, he had already ___ across the lake.'

A swimming
B swam
C swimmed
D swum

Wil je deze kant-en-klare quizzen gebruiken?

Meld je gratis aan bij SparkMyClass, neem quizzen met één klik over en maak je eigen interactieve quizspellen.

Gratis aanmelden

Meer gedeelde quizzen