Terug naar de quizgalerij
Taal Leerjaar 7–9 (12–15 jaar)

Present tense (have)

Gedeeld door Helen Hui 6 dagen geleden 5 V 1 keer overgenomen 1 keer gespeeld 20 leerlingen speelden mee
Meld je gratis aan om deze quiz over te nemen

Voorbeeld van de vragen

Alle 5 vragen worden getoond — meld je gratis aan om deze quiz over te nemen en met je klas te spelen.

1

'She _____ (have) a new bicycle.'

A has
B had
C have
D having
2

He __________ (not have) a pen.

A do not have
B does not have
C not have
D not has
3

'They _____ (not have) a lot of homework today.'

A does not have
B do not have
C has not have
D not have
4

I __________ (have) a dictionary.

A does not have
B have
C has
D do not have
5

I _________(not have) a cat.

A not have
B having
C do not have
D does not have

Wil je deze kant-en-klare quizzen gebruiken?

Meld je gratis aan bij SparkMyClass, neem quizzen met één klik over en maak je eigen interactieve quizspellen.

Gratis aanmelden

Meer gedeelde quizzen