Terug naar de quizgalerij
Taal
Leerjaar 10–12 (15–18 jaar)
Tug of war - irregular verbs
Gedeeld door Ms Heeke
19 uur geleden
15 V
0 keer overgenomen
Meld je gratis aan om deze quiz over te nemen
Voorbeeld van de vragen
Je ziet de eerste 5 van 15 vragen — meld je gratis aan om de hele quiz over te nemen en met je klas te spelen.
1
Which of the following is the correct simple past form of the verb 'be'?
A
been
B
being
C
is
D
was/were
2
What is the past participle of the verb 'become'?
A
became
B
becoming
C
become
D
becomes
3
Identify the correct three forms (base, simple past, past participle) for the verb 'break'.
A
break, broke, broken
B
break, breaked, broken
C
break, broken, broke
D
break, broke, broke
4
Which sentence correctly uses the past participle of 'bring'?
A
She has bringed her book.
B
She has brang her book.
C
She has brought her book.
D
She has bring her book.
5
What is the simple past of 'buy'?
A
buyed
B
boughten
C
bought
D
buied
Wil je deze kant-en-klare quizzen gebruiken?
Meld je gratis aan bij SparkMyClass, neem quizzen met één klik over en maak je eigen interactieve quizspellen.
Gratis aanmelden